Wat een zooitje met al die klokkenluiders!

Wie mag de klok luiden?

Na de kredietcrisis waren het vooral bestuurders die aangepakt moesten worden. Nu moeten de klokkenluiders een toontje lager zingen. Wat is hier aan de hand? Eerst wilden we geen dwingende waarden en normen meer. Toen werd het een zooitje waar iedereen op zijn manier aan mee deed. Nu willen we de orde herstellen. Maar wie herstelt welke orde. En wie luidt de klok in naam van wie?
Deze situatie geeft mijns inziens aan waar we in onze cultuur zijn aangekomen. We gaan voorbij een bepaald soort relativisme, zo je wilt onverschilligheid en scepsis ten aanzien van wat ‘goed’, ‘waar’ en ‘juist’ is. Hoe zijn we daar gekomen en waar gaan we naartoe?

De culturele tijd

In de tijd van cultuur wordt van de burgers verwacht dat ze cultuurdragers zijn. Ze dienen zich vanuit zichzelf te houden aan de waarden en normen. En hoewel culturen verschillen, mag je in de meeste culturen niet stelen, bedriegen en moorden. En dat mag niet omdat ‘we’ dat hebben afgesproken. Het mag niet van kerk, staat en overheid en als eerbare burger en cultuurdrager houd je je daar aan en doe je mee aan de handhaving daar van. Klokkenluiden heeft hier een maatschappelijke betekenis. Daarmee ondersteun je iets van ‘ons allemaal’.

Het cultuurrelativisme: De apathie van de klokkenluider

Sinds de jaren ’60 is er, vooral in Westerse welvaartsmaatschappijen, een ‘waarden-‘ en ‘waarheids-‘ relativisme ontstaan. Één van de fundamenten daar van is het inzicht, dat de betekenis van dingen afhangt van de interpretatie die je er aan geeft. Ook het ‘ware’ en het ‘juiste’ wordt daarmee context afhankelijk. Dit leidt echter regelmatig tot een sceptische afwijzing van elk individu-overstijgend begrip. * Je nek uitsteken om een individu-overstijgende maatstaf aan te leggen, leidt dan al gauw tot kritiek op je hiërarchische houding.
Mag je stelen of liegen? Als je deze vraag in een dergelijke context stelt, dan heb je kans dat er een discussie ontstaat over wat eigenlijk ‘stelen’ of ‘liegen’ is. Met andere woorden er ontstaat geen individu-overstijgend ijkpunt. Dus daar kan ook geen beroep op gedaan worden.Het afgescheiden zelf verschuilt zich dan vaak achter het voorop stellen van subjectieve meningen en gevoelens. Hij is sceptisch ten aanzien van het vinden van welk criterium dan ook. Dit leidt er toe dat de klokkenluider een schreeuwende in de woestijn wordt en uiteindelijk apathisch wordt.

De sceptische levenshouding: Waar zou je ook de klok voor luiden?

De sceptische afwijzing van elk individu-overstijgend begrip heeft een bepaalde logica. Als we deze doorzien, kunnen we hem achter ons laten, vooropgesteld dat we dat willen. Sceptische Filosofen uit de klassieke oudheid kunnen ons helpen, want zij hebben die logica als eersten aan ons getoond. Zo beweerde Protagoras (490 – 420 v Chr.) dat ‘de mens de maatstaf van alle dingen is’. Daarmee bedoelde hij, dat er geen objectieve maatstaf bestaat om te bepalen, of de ene of de andere mens gelijk heeft. Dit komt op hetzelfde neer als ‘alles is uiteindelijk relatief en subjectief.’ Maar toch vond hij dat er iets was dat het individu oversteeg. Zelfs als we niet wisten wat dat was. Hij verwoordde dat door te stellen dat, hoewel hij niet wist of Goden bestonden, ze wel geëerd moesten worden. Kortom, er is nog hoop voor iets als het ‘juiste’ het ‘ware’ en het ‘goede’ voorbij de subjectieve mening. Dit is een gematigde sceptische positie.
Een radicale sceptische positie komt later van Pyrrho (360 – 270 v Chr.). Hij beweerde namelijk dat het onmogelijk is waarheid te spreken. Bij deze stellingname komen we in een nihilisme terecht. Want de logische wedervraag is hier: Maar is het dan wel ‘waar’ dat het niet mogelijk is de ‘waarheid’ te spreken. Hier heeft het helemaal geen zin meer om na te denken over individu-overstijgende begrippen over het ‘goede’ het ‘ware’ of het ‘juiste’. Kortom: Laat maar zitten. En deze radicale sceptische positie komt heden ten dage veel voor. En daar verzet ik mij tegen. Maar ook de gematigd sceptische positie van Protagoras, die dicht in de buurt komt van het huidige ‘ietsisme’ mag ge-update worden.

De moderne sceptische levenshouding

In onze tijd wordt de sceptische levenshouding gevoed door wetenschap en de aversie tegen de oude religies. Voor de wetenschapper is de sceptische grondhouding belangrijk. Hij neemt niets voor waar aan, voordat het uit waarneming als zodanig, is vastgesteld. Voor de spirituele zoeker is de agnostische houding even belangrijk: Geloof niets maar stel uit eigen ervaring vast. Kortom: Neem niets voor ‘waar’ aan voordat je het uit eigen (uiterlijke of innerlijke) waarneming hebt vastgesteld! In beide gevallen heeft het uitgestelde oordeel, de functie, dat het eerlijk onderzoek mogelijk maakt. Waar de sceptische of agnostische houding echter een levensfilosofie wordt verliest hij zijn kracht. Dan is het geen vruchtbare scepsis of agnostische onderzoekshouding meer! Dan is het een houding waarbij je bij voorbaat aanneemt, dat er geen vruchtbare overstijgende begrippen meer zijn. Of het nu om ethiek, spiritualiteit of wetenschap gaat.

De reconstructie

Integraal denken gaat voor een vruchtbare scepsis. Een zwak scepticisme zo je wilt; je gaat er van uit, dat er geen eenduidige waarheid meer is, en toch betekent dat niet dat alles even onwaar is, of dat elk verhaal waardeloos is. In de conventionele cultuur wisten we het nog zeker, of het nu om ethiek, spiritualiteit of wetenschap ging. Daarna kwam het ‘niet weten’ van de postmoderne cultuur. Ook de gelovige kwam van het zekere geloof in het ‘niet weten’ van de ‘post-gelovige’ spirituele zoeker. Zo werd alles onzeker. Het werd ‘waar’ dat niets meer absoluut ‘waar’ is en er liggen geen metafysische waarheden meer te wachten om door ons ontdekt te worden. Maar dat betekent nog niet dat alles even onwaar en waardeloos is geworden! En binnen die context is er, na de deconstructie van alle begrippen en ‘waarheden’ wel degelijk een reconstructie mogelijk. We kunnen zoeken naar het verbindende en zinvolle verhaal. Het verhaal kan van wetenschappelijke, van ethische of van spirituele betekenis zijn. En verhalen uit deze verschillende domeinen kunnen ook voor elkaar van betekenis zijn. Doe je mee?

Post-culturele ethiek: De democratisering van het klokken luiden

Mag je stelen, en liegen, mag abortus, mag de één bevoordeeld worden boven de ander? En hoe vinden we een antwoord op ethische medische vragen? Of bijvoorbeeld de vragen die Marcel van Dam door de jaren heen aan medici voor legde. Een soort ethische puzzeltjes voor postmoderne situaties: Wie ga je opereren als je maar geld voor één van beiden: De rokende single vrouw met kanker, of de niet rokende huismoeder met kanker en drie kinderen? Vanuit een sceptische positie kom je er sowieso niet uit. En hoe gaat dat vanuit een post-cultureel integraal perspectief? Dan is er geen simpel ‘ja’ of ‘nee’. Dan zeggen we ‘dat hangt van de context en de criteria af’. En we gaan op zoek naar antwoorden, die tot nader orde de beste lijken. Mag je stelen? Dat hangt er van af. Bisschop Muskens was een moedig man. Hij zei in een VPRO-televisieprogramma dat het stelen van brood geoorloofd is, als mensen honger hebben en geen andere mogelijkheid zien om te overleven. Mag je medicijnen uit de apotheek stelen als je vrouw op zondag op sterven ligt. Een antwoord kan zijn: Ja ik weet welke ik moet hebben en het leven van mijn vrouw is meer waard dan de winkelruit van de apotheek als ik de medicijnen nu nodig heb. Niet makkelijk, maar de democratisering van ethiek en waarde en ‘waarheids-‘ bepaling is een feit. Daar zijn we aangeland. De vraag is alleen nog: Doe je mee? En zo ja, dan wordt Klokkenluiden weer een ‘must’, maar dan zonder van tevoren zeker te weten of het klopt! Want God, noch de kerk, noch de overheid, hebben nog het gezag om de bel te luiden, ten teken dat je op de goede weg bent. Je mag het helemaal zelf doen. Dat wilden we ook. Het schept alleen verplichtingen waar we nog niet bij stil hadden gestaan. En het invullen van die verplichtingen krijgt alleen zin en betekenis als we het ook weer samen gaan doen.

* Joep Dohmen verwoordt in zijn inleiding op de Nederlandse vertaling van ‘Bronnen van het Zelf’ de positie van Charles Taylor in deze als volgt: ‘In een cultuur van zogenaamde Authenticiteit en narcistische zelfverwerkelijking raken mensen blind voor zaken die het zelf overstijgen en die nu juist de voedingsbodem vormen voor een rijk zelf’ (p. 19)

4 gedachten over “Wat een zooitje met al die klokkenluiders!

  1. Het besef dat alles in en om ons heen onderhevig is aan ontwikkeling, groei, evolutie en/of involutie is de sleutel tot het verlaten van `platland` (Wilber).
    Verdere ontwikkeling is niets anders dan een toename in waarde, verdere ontwikkeling is waardevoller.
    Dit legt het fundament voor de herwaardering van waarden in ons zelf en rondom ons heen.
    Uiteindelijk is alles waarde. Je kunt iets herkennen aan zijn kenmerken, zonder kenmerk is er eenvoudigweg niets. Die kenmerken zijn niets anders dan waarden.
    Probeer eens te denken aan een stoel zonder een van zijn kenmerken; je zult zien dat je dan aan niets zit te denken. In die zin is het hele universum een groot waardensysteem.

    1. Beste Henri,
      Juist. Mooi gezegd. Inderdaad is alles van waarde en wij zijn het wezen welke deze ook toe kan kennen. God heeft ons ook de vrijheid gegeven er van af te zien of de zaak te devalueren. Wij mogen kiezen. Grote vrijheid en geweldige verantwoordelijkheid welke mee doet aan de ontvouwing van ons-zelf, de ander en de wereld. Woorden zijn in die zin ook daden en zijn onderdeel van de werkelijke wereld.
      Hartegroet
      Mauk

  2. Laat ik maar meteen uit de doeken doen hoe ik over de gedreven sceptici denk en in het bijzonder over onze Nederlandse ‘stichting Skepsis’. Dit is een (kleine) club van orthodoxe wetenschappers, die zich hebben verenigd in een poging om alles wat de wetenschap in hun sceptische ogen niet mag weten en niet mag onderzoeken, publiekelijk verdacht te maken. Zij schuwen daarbij geen enkele methode, zo is het plegen van karaktermoord en het compleet belachelijk maken van personen, is daarbij eerder regel dan uitzondering.

    1. Ja, Freeman, dat laatste is helaas ook mijn ervaring. Dat neemt niet weg dat zij inhoudelijk heel erg goed zijn. Dus laten we ze huldigen voor hun wetenschappelijke input; en inzien dat ook zij zich buiten hun terrein begeven waar ze geen verstand van hebben. Jammer dat wetenschappers soms zo vast zitten in hun empirische dogma’s. Sciëntisme noemt Wilber dat, geloof ik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *