Welke ‘ik’ reageert op traumatische gebeurtenissen?

Omgaan met heftige gebeurtenissen

Al mijn lastige ervaringen uit het verleden zijn al intens en overspoelend genoeg. Moet ik me dan ook nog verbinden met Parijs, Brussel, Londen, de vluchtelingen, Syrië enzovoort. Ik sluit me liever af. Maar wie is die ‘ik’ die dat doet? Wat kan traumawerk daarin betekenen?

Wie ben ‘ik’?

De vraag ‘Wie ben ik?’ heeft een tweeledig antwoord. Er is de ‘staat van zijn’ in het heden zoals  boos, verdrietig, kalm, opgefokt, blij, etc. Ten tweede is er de manier waarop, het perspectief en de houding van waaruit we reageren.
Deze twee dimensies grijpen van moment tot moment op elkaar in. En als ik boos ben, kijk ik anders, doe ik anders, boor ik een andere manier van reageren aan, dan wanneer ik kalm of blij ben. Mijn ‘staat van zijn’ verandert van moment tot moment. De houdingen en het perspectief van waaruit ik kan reageren liggen in mij  klaar om gebruikt te worden. Maar bij heftige gebeurtenissen hebben we geen keuze welke reactiemechanismen we gebruiken.

Een te grote ervaring is traumatisch

Een ervaring is ‘te groot’, als iemand er door overspoeld wordt. Dan wordt het vermogen om er getuige van te blijven, overspoeld wordt door de heftigheid er van. Dan kunnen we de gebeurtenis niet rustig opnemen en integreren. Op zo’n moment heeft de gebeurtenis ons te pakken en reageren we automatisch op een bepaalde manier. Het criterium voor een traumatische ervaring is daarom niet of de ervaring negatief of positief was. Het criterium is, of hij te groot was.

Vast zitten in reactiepatronen

Ons systeem heeft de beschikking over drie klaar liggende reactiepatronen om op heftige gebeurtenissen te reageren. Van een keuze is daarbij geen sprake. De automatische overlevingsreflex wordt vanzelf en onmiddellijk uitgevoerd. Er is ‘vluchten’, ‘vechten’ en  ‘verstijven + uitspacen’. Op zich kunnen ze alle drie functioneel zijn om te overleven. Maar als de ervaring niet geïntegreerd wordt, terwijl hij wel aan ons gebeurd is, zit hij vast in ons systeem. Het systeem kan dan niet anders dan doen alsof de gebeurtenis nog aan de gang is. We blijven dan alsmaar dezelfde reactiepatronen vertonen, zonder dat we er greep op krijgen.

Traumawerk: Achteraf integreren

We kunnen de reactiepatronen, de energie, de beelden en de heftige emoties later via bewuste ontwikkeling alsnog integreren. Dat vereist het aanboren van het vermogen, om aanwezig te kunnen blijven als herinneringen geactiveerd worden. Daarbij worden drie manieren van werken gecombineerd.
Ten eerste kan het nodig zijn om te ervaren dat bepaalde capaciteiten er nog zijn. Daarbij wordt het vertrouwen hersteld in ons vermogen om grenzen aan te geven, kracht in te zetten, onze wil te laten gelden etc. Het is niet essentieel als je begrijpt wat je zou moeten doen. Belangrijker is dat het lichaam het weer te pakken krijgt en van binnenuit ‘weet’ dat het de capaciteit heeft.
De tweede vorm bestaat uit specifiek schaduwwerk. Daarbij worden de fysieke reactiepatronen die ons beheersen en waartegen we vaak vechten, beetje bij beetje geactiveerd, omhoog gehaald, toegelaten en geïntegreerd.
Ten derde is het van belang de emoties en gevoelens die daarbij vrij komen te ervaren, zonder er op in te gaan en zonder ze te onderdrukken.
Als dit werk ter hand genomen wordt kunnen we onszelf weer als ‘heel en compleet’ gaan ervaren. We ervaren ‘staten van zijn’ als ‘energetisch’, ‘blij’, ‘krachtig’ en zo voort. (Zie ook training ‘Ontketening‘ en ‘Helen & Ontspannen‘) Vervolgens staat ons nog iets heel anders te doen.

Het ‘wijze’ antwoord vinden

We hebben in de loop van ons leven automatische mechanismen aangeleerd. Daar is niets mis mee. De meesten komen ons in een specifieke context goed van pas. Sterker nog, ‘autorijden’, ‘lopen’, ‘lezen’ zijn allemaal gebaseerd op automatische mechanismen waar we gelukkig niet meer over hoeven na te denken. Ook de reactiepatronen waarmee we de traumatische gebeurtenis hebben afgeweerd zijn automatisch en hebben een bepaalde functionaliteit.
Het is alleen niet zo handig om te pas en te onpas bepaalde mechanismen van stal te halen. Maar dat heeft het lichaam zichzelf wel vaak aangeleerd. Daarom is het van belang om met bewustzijn meer wijze antwoorden op bepaalde situaties te vinden. Heling doet dat op zich nog niet. We kunnen nog zo geheeld zijn, als de oude paden de enige zijn die we kunnen bewandelen, hebben we geen keuze. Als het systeem niet geleerd heeft andere wegen te bewandelen kunnen ze ook niet bewandeld worden. Transformatie is daarom niet alleen gediend bij helende ervaringen en doorbraken, maar daarna vooral bij het vinden van nieuwe wegen. We zijn niet automatisch wijs. En we kunnen ook niet vertrouwen op de ‘normaliteit’ van ‘ik voel me wel weer O.K.’. Daarom zullen we alsnog verantwoordelijkheid moeten nemen voor nieuwe, wijzere  manieren van denken, voelen en doen.

Overnieuw kunnen beginnen

We hoeven dan niet meer zo geobsedeerd te zijn over wat er -niet meer mag gebeuren-. We hebben meer oog voor onszelf en de ander. We kunnen ons zelfs weer openen voor de wereld om ons heen waar mensen getroffen worden door heftige overspoelende en traumatische gebeurtenissen. En dat kan van groot belang zijn voor ons eigen welzijn. Deze gebeurtenissen komen namelijk toch op de een of andere manier bij ons binnen. En alle mensen die zich niet meer hoeven af te wenden, vertegenwoordigen een bepaald kapitaal aan bewustzijn, wat we wellicht in toenemende mate nodig hebben. Traumawerk kan een stap in bewustwording zijn waarbij je kunt groeien voorbij je automatische reactiemechanismen. In die zin is een trauma, als het nu eenmaal al gebeurd is, ook een kans.
Zie voor meer informatie >>

Update 20 Sept. 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *