Gelijke mogelijkheden versus gelijke uitkomsten en gelijkwaardigheid versus gelijkheid

Gelijke mogelijkheden en gelijke uitkomsten worden vaak niet onderscheiden. Dat leidt tot polarisatie. Dat is ook logisch, want deze twee zijn niet verenigbaar. Deze polarisatie kan versterkt worden als gelijkwaardigheid en gelijkheid niet onderscheiden worden. Als deze begrippen wel onderscheiden, kan voorbij polarisatie gekomen worden. Hoe zit dat?

Als jij niet tegen positieve discriminatie bent, dat moet ik jou niet meer

Ik kwam op deze post naar aanleiding van een gesprek met iemand uit mijn omgeving. Zij was sterk voor positieve discriminatie van de LHBTIQ+community. Ik vroeg haar wat ze van mij vond als ik daar niet onder alle omstandigheden voor was. Het antwoord luidde dat ze mij dan rekende tot de mensen die discrimineren. En zo werd ik weg-gediscrimineerd. Een heilloze gang van zaken die veel voorkomt. Wellicht kan onderstaande helpen deze polarisatie te doorzien en overstijgen.

Voorbij polarisatie

Binnen de context van de vier begrippen ‘gelijke mogelijkheden, ‘gelijke uitkomsten’, ‘gelijkwaardigheid’ en ‘gelijkheid’, is polarisatie onvermijdelijk als een van deze begrippen vastgepakt wordt als een absoluut gegeven en geplaatst wordt tegenover de absolute waarde van een ander begrip. Maar staan deze begrippen eigenlijk wel tegenover elkaar? En kunnen ze in dienst van elkaar gesteld worden opdat voorbij polarisatie gegaan kan worden?

Gelijke mogelijkheden

Gelijke mogelijkheden gaat over mogelijkheden die aan ieder mens in een bepaalde context gegeven worden. Dat betreft bijvoorbeeld de universele rechten van de mens, maar ook de rechten die binnen een bepaalde staat of organisatie.

Gelijke uitkomsten versus gelijke mogelijkheden

Gelijke uitkomsten gaat over het eindresultaat. Bijvoorbeeld dat er evenveel mannen als vrouwen in een college zitten. Of dat mensen evenveel te besteden hebben. Wil je gelijke uitkomsten garanderen, dan zul je sommige mensen positief moeten discrimeneren ten opzichte van anderen. Dat betekent dat je sommige mensen meer mogelijkheden geeft dan anderen. Gelijke uitkomsten en gelijke mogelijkheden sluiten elkaar dus uit. Maar kunnen ze elkaar ook ondersteunen?

Gelijkheid bestaat niet

Het begrip gelijkheid versta ik hier in de context van een idee over mensen. Dan betekent het meestal dat mensen gelijk zijn. Het probleem daarmee is dat geen mens gelijk is aan een ander mens. Mensen bewegen zich op allerlei ontwikkelingslijnen op verschillende niveaus van ontwikkeling. Fysiek, emotioneel, mentaal, ethisch, moreel, relationeel en zo voort. Daarnaast zijn er nog ontwikkelingslijnen die te maken hebben met vakkundigheid, vaardigheden en vele andere zaken. Op al die ontwikkelingslijnen hebben wetenschappers niveaus kunnen vatsstelen. Dat is echter een versimpeling van de vele nuances die iedere ontwikkelingslijn in een persoon heeft. Zo beschouwd is geen enkel persoon op enig moment gelijk aan een andere persoon.

Gelijkwaardigheid

Gelijkwaardigheid gaat over de toekenning van de waarde die ieder mens vertegenwoordigt om geen andere reden dan dat hij bestaat. Dat lijkt me een mooi en goed uitgangspunt. Dat is een verworvenheid van de opkomst van het ‘gevoelige zelf’. Dat kan inhouden dat de inbreng van ieder mens geïncludeerd wordt. Waar we mensen als een uitdrukking zien van het leven, kan ook niemand geheel ongelijk hebben. Anders gezegd: niemand is intelligent genoeg om 100 % onjuist te zijn. Of: iedereen heeft gelijk, maar wel partieel. Daarom is ook niet elke inbreng per definitie even waardevol ten opzichte van bepaalde referenties ten aanzien van een bepaalde situatie.

Normatief en feitelijk

Er ontstaat echter een hopeloze situatie als de norm wordt, dat ongelijkheid tussen mensen niet benoemd mag worden omdat dat per definitie ongelijkwaardigheid zou inhouden. We doen er beter aan gelijkwaardigheid te handhaven en te erkennen dat niemand gelijk is aan een ander. Ik beschouw iedereen als een unieke expressie van algemeen menselijke mogelijkheden, fysiek, emotioneel, mentaal, transmentaal en spiritueel. Maar daarmee zijn mensen nog niet gelijk of even waardevol met betrekking tot bepaalde situaties of opgaven. (Jezelf intergaal ontwikkelen op deze ontwikkelingslijnen.)

Het voordeel van het naast elkaar houden van de vier begrippen

Het voordeel van het honoreren dat ieder mens uniek is en dat ieder mens ook een unieke combinatie van vordering op verschillende ontwikkelingslijnen heeft, is dat mensen ondersteund kunnen worden in waar ze zijn. Daarmee kan de erkenning van ongelijke ontwikkeling in dienst gesteld worden van naar elkaar toegroeiende uitkomsten. Ieder mens kan dan als gelijkwaardig aan ieder ander mens gezien worden, opdat de ongelijkheid potentieel gaat afnemen. Vanuit integraal Oogpunt gaat het altijd om overstijgen en omvatten van verschillende dimensies van de realiteit opdat er meer mogelijk wordt.  Zie ook >

4 Comments

  1. Meike Van de Linde januari 23, 2022 at 11:53 am - Reply

    Heel mooi Mauk! Dankjewel!

  2. Sven Bouman januari 23, 2022 at 10:36 pm - Reply

    Niet voor ‘positieve discriminatie’ zijn (ik vind ‘affirmative action’ een betere term) is vaak wel degelijk discriminerend, en dat zeggen is niet iemand weg-discrimineren, integendeel. De norm is namelijk al honderden jaren discriminerend, met witte hetero cismannen die daar de vruchten van plukken. Geen affirmative action handhaven betekent dus altijd al discrimineren, omdat onze maatschappij (en daardoor helaas onze geest) nu eenmaal discriminerend in elkaar zit. Zo bezien is affirmative action helemaal niet iets dat strijd voor een gelijke uitkomst, maar juist voor gelijke kansen! Als je het heel radicaal wil zeggen, kan je stellen dat er al honderd jaar een ‘positieve discriminatie’ aan de gang is jegens witte mannen, en dat daar nu een eerste institutionele tegengas tegen gegeven wordt. Het probeert mensen de kans terug te geven die ze al bij hun geboorte ontnomen is. Mensen bevoordelen volgens de cijfers uit zichzelf witte mannen bij sollicitatiegesprekken, dus moeten daar dan maar quota’s op komen om zo iedereen een eerlijke kans te geven (niet uitkomst!).

    In onze wereld staat ongelijkheid gelijk aan ongelijkwaardigheid helaas, en dat feit negeren gaat het probleem niet oplossen, maar werkt de ongelijkwaardigheid juist in de hand. Als mensen zeggen dat mensen ongelijkwaardig behandeld worden, en de reactie daarop is ‘ja maar mensen zijn ongelijk/verschillend hè,’ leidt dat af van de kern en houdt het op die manier de ongelijkwaardigheid in stand.

    Als mensen de empowerment van anderen als een disempowerment van hunzelf ervaren, dan moeten zij mijns inziens goed kijken hoe zij hun positie hebben verkregen.

    Hierom ben ik het er mee eens dat affirmative action niet steunen vaak discriminerend is. Daarmee wordt niemand ‘weg-gediscrimineerd’ – discriminatie aanwijzen is niet discrimineren.

    • Mauk januari 25, 2022 at 10:44 am - Reply

      Beste Sven,

      Dank je wel voor je reactie. Ik kan je helemaal volgen en ben het met veel eens binnen de context die je aanlegt. Mooi begrip ‘affirmative action’. Daarmee doe je dus ook iets als je niets doet. Ligt denk ik dicht tegen Sartre’s onderkenning aan, dat je altijd handelt, ook al doe je niets. Maar je context en standpunt kennen wat mij betreft ook een aantal onjuistheden en bezwaren.

      Je stelt dat er bij sollicitaties dus maar quota’s moeten komen om zo iedereen een eerlijke kans te geven. Als je bij sollicitaties niet ‘de cijfers’ wilt laten tellen, wat wil je dan wel laten tellen wat niet gaat over iemands huiskleur, achtergrond, geaardheid etc. Als je daar niet over spreekt of minimaal naar verwijst, wordt waar iemand vandaan komt, toch weer hét criterium, terwijl je dat eigenlijk niet wil.

      Als je niet vaststelt wat je wilt laten tellen, krijg je mensen op plekken die standpunten meenemen die helemaal niet in overeenstemming zijn met wat je met positieve discriminatie zou willen bereiken. Bijvoorbeeld omdat vrouwen zich mannelijker dan mannelijk gaan gedragen en mensen met een bepaalde achtergrond zich meer dan aanpassen.

      Jouw stelling dat de witte (cis)man al eeuwen positief gediscrimineerd wordt is in zijn algemeenheid niet waar. Het ontbeert een klasse-analyse. Dé witte man bestaat niet. Nu niet en in het verleden niet. Daarom is hij ook niet als zodanig aan te spreken.
      Zo was er in de Gouden Eeuw zo ongeveer sprake van economische slavernij in de kleine dorpjes rond de Zuiderzee, waar de heren uit Amsterdam hun schepen lieten bouwen. Als je die mensen uit die dropjes nu gaat aanspreken op eeuwen van discriminatie en slavernij, vind ik dat niet alleen onjuist. Je moet dan namelijk ook niet raar opkijken dat ze zich daar terecht niet op laten aanspreken. Dus je plaats jezelf met zo’n ongedifferentieerd standpunt niet alleen in de geschiedenis, maar ook buiten de geschiedenis.

      Daarnaast wil ik als witte man nu wel aangesproken worden op mijn standpunt over eeuwen discriminatie, slavernij en uitbuiting, maar niet op mijn daderschap daarvan.

      Je zegt terecht dat in onze wereld ongelijkheid helaas vaak gelijk staat aan ongelijkwaardigheid en dat we niet verder komen als dat gerechtvaardigd wordt door te zeggen dat mensen ook niet gelijk zijn. Mee eens. Maar dat kan weer niet in de plaats komen van het negeren van de nadelen die optreden als je de ongelijkheid van mensen genegeerd wordt. Dat is namelijk ook nadelig voor mensen die je juist wilt ondersteunen.

      • Sven februari 1, 2022 at 1:17 pm - Reply

        Ik denk dat het belangrijk is dat het leren erkennen dat het wel degelijk belangrijk is wat voor huidskleur iemand heeft, of wat voor geaardheid, gender, wat dan ook. Het doel van positieve discriminatie is in mijn ogen namelijk helemaal niet dat die dingen uiteindelijk niet meer ‘uitmaken,’ zoals de liberale kleurenblindheid ons decennia lang heeft voorgehouden om zo haar eigen racisme niet in de ogen te hoeven kijken, maar dat de mensen die dat nodig hebben ’empowered’ worden. We zijn allemaal verschillend, en sommige verschillen, zoals culturele verschillen, hoeven niet vergeten te worden (ze vergeten is vaak een vorm van ze negeren, waardoor ze onderdrukt worden). Zéker in een maatschappij waar genderverschillen nog zo erg uitmaken als die van ons, is het schadelijk om ze te vergeten in bijvoorbeeld plekken als sollicitatiegesprekken.

        Maar, je spreekt over klasseverschillen. Je voorbeeld van arbeidende witte mannen laat zien dat een intersectionele analyse broodnodig is. Want ja ze worden uitgebuit, maar ze hebben nog wel bepaalde structurele privileges over anderen: namelijk hun mannelijke privilege en hun witte privilege, en die sijpelen ook door in alles van hun leven. De ene uitbuiting stelt je niet vrij om factoren waarin mensen weer anderen onderdrukken te ontkennen.

        Maar je voorbeeld forceert mijn hand: uiteindelijk ben ik natuurlijk van mening dat er helemaal geen sollicitatiegesprekken zouden moeten zijn, want werken zoals we doen zou niet moeten bestaan. Meer diversiteit in topposities is dan ook overduidelijk een farce, iets wat binnen de radicale queer community ‘rainbow capitalism’ wordt genoemd. Helaas is de werkvloer een groot onderdeel in ons leven, dus we moeten wel nadenken over hoe we die eerlijker kunnen maken. Maar we moeten deze affirmative action niet alleen op economische principes toepassen, en vooral dat doen is zelfs een afleiding van het grotere probleem: racisme, mysoginie, queerfobie, etc, is niet alleen een economisch probleem. Affirmative action moet overal gebeuren. Elk wit persoon moet bij zichzelf nagaan waarom waarschijnlijk alle ruimtes waarin zij zich bevinden dominant wit zijn. Waarom zij voornamelijk witte vrienden hebben. Er zijn uitzonderingen natuurlijk… maar die zijn simpelweg niet relevant om het over te hebben als het probleem zo groot is.

        ‘De’ witte man bestaat natuurlijk niet. Dat is ook een oneerlijke weergave van het argument: niemand claimt zo iets. Zeggen dat ‘de’ witte man niet bestaat is te makkelijk – en helemaal daaruit de conclusie halen mensen niet aangesproken kunnen worden als witte man. Een vis ziet het water niet waar die in zwemt. Al die enneagrammen en andere analyses claimen toch ook niet dat alle negens precies hetzelfde zijn? De theorie daar op afrekenen is dan niet op zn plaats.

        Een paar dingen zoals of witte mensen de ‘schuld’ dragen van slavernij is denk ik iets wat niet helemaal relevant is hier, dus daar ga ik verder niet op in (de vraag is überhaupt niet relevant, sinds niemand met deze vraag bezig is, behalve blijkbaar de mensen die vinden dat ze écht geen schuld hebben en dat altijd moeten zeggen).

Leave A Comment

negentien − 18 =